De korte definitie

Zomertijd is de afspraak om in een deel van het jaar de klok één uur vooruit te zetten ten opzichte van de standaardtijd in een gegeven tijdzone. In Nederland en België loopt de zomertijd van de laatste zondag van maart tot de laatste zondag van oktober. In die periode lopen we op CEST — Central European Summer Time — wat overeenkomt met UTC+2. De rest van het jaar geldt CET, oftewel UTC+1, en spreken we van wintertijd of standaardtijd.

De omschakeling vindt altijd op een zondag plaats, om twee uur 's nachts. In maart wordt het dan in één tik 03:00 uur; in oktober draait de klok om 03:00 terug naar 02:00. De verzetting raakt zo de minste mensen: weinig vluchten, weinig openbaar vervoer, geen spitsverkeer. Het schema is sinds 1996 in heel de Europese Unie identiek, vastgelegd in richtlijn 2000/84/EG, en daarmee een van de weinige consument-zichtbare voorbeelden van succesvolle Europese harmonisatie.

Verwarrend genoeg gebruiken we het woord "zomertijd" voor twee dingen tegelijk. Het kan slaan op het instituut (de afspraak om twee keer per jaar te verzetten) of op de feitelijke periode (de zes à zeven maanden waarin we op UTC+2 staan). Beide betekenissen lopen op deze pagina door elkaar; waar verwarring dreigt, maken we het onderscheid expliciet.