Een uur dat nergens heen kan
Stel: het is zaterdagavond 28 maart, je gaat om elf uur naar bed. Ergens tussen drie en vier uur 's nachts schakelt je smartphone stil naar zomertijd. Wanneer je wekker op zondagochtend om acht uur afgaat, heb je gevoelsmatig zeven uur geslapen — maar de tijd op je wekker zegt dat het al negen uur is. Het uur is verdwenen, en je lichaam heeft er nooit toestemming voor gegeven.
Dit lijkt onschuldig, maar het slaaponderzoek kijkt er anders naar. Het interne ritme van de mens is opvallend traag in het aanpassen aan plotselinge verschuivingen. Eén uur klinkt weinig — voor het bioritme is het een merkbare ruk aan een fijn afgestelde machine. En in tegenstelling tot een vakantie naar Athene heb je vooraf geen kans gehad om eraan te wennen.