Drie zones, één continent
Europa is geografisch breed genoeg om door meerdere tijdzones te lopen. Tussen de westkust van Portugal en de oostgrens van Finland liggen ongeveer 50 graden lengte — in puur astronomische zin bijna drie uur zonsverschil. Politiek is dat verschil gestandaardiseerd tot drie hoofdzones die elk precies één uur uit elkaar liggen.
De westelijkste zone is WET, Western European Time (UTC+0), die functioneel samenvalt met GMT. Daar zitten Portugal, Ierland en het Verenigd Koninkrijk in. In het midden ligt CET, Central European Time (UTC+1), de zone van Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Spanje en grofweg het hele EU-blok daartussenin. Het meest oostelijk strekt EET zich uit, Eastern European Time (UTC+2), die geldt voor Finland, Griekenland, Bulgarije, Roemenië, Estland, Letland, Litouwen en Cyprus.
Alle drie de zones hanteren hetzelfde schema voor de halfjaarlijkse klokverzetting. Op de laatste zondag van maart schuiven ze allemaal tegelijk een uur op naar hun zomerstand — WEST (UTC+1), CEST (UTC+2) en EEST (UTC+3). Op de laatste zondag van oktober schakelen ze samen terug. Het tijdsverschil binnen Europa blijft daardoor het hele jaar door constant: een uur tussen Lissabon en Amsterdam, twee uur tussen Lissabon en Helsinki.