Voor wie binnen Europa woont, kan het beeld bedrieglijk zijn: de zomertijd lijkt een normale westerse gewoonte. Wereldwijd is het omgekeerde waar. De grote bevolkingscentra — India, China, Japan, vrijwel heel Afrika, grote delen van Latijns-Amerika, het Arabisch schiereiland — kennen geen klokverzetting. Het aantal mensen dat in een DST-land woont, schommelt naar schatting rond een vijfde van de wereldbevolking. En dat aandeel slinkt.
Landen zonder zomertijd
Het wereldwijde zomertijd-kamp is in vijftien jaar tijd flink uitgedund. Rusland, Turkije, Iran, Brazilië en Mexico stapten één voor één uit. Daarnaast zijn er landen die nooit zijn ingestapt. Een rondreis langs de afhakers — en de redenen waarom ze het zonder klokverzetting doen.
IJsland: nooit ingestapt, op een eigen manier
IJsland is een van de meest aparte gevallen. Het land hanteert het hele jaar door UTC+0 — dezelfde tijd als die in de winter in Greenwich geldt — zonder ooit te wisselen. Vanuit Nederlands perspectief loopt de IJslandse klok in de winter één uur achter, en in de zomer twee uur. Dat is geen klokverzetting, maar het effect van het Nederlandse schuiven.
Waarom doet IJsland het zo? Sinds 1968 heeft het land bewust gekozen om geen zomertijd toe te passen. Op de breedtegraad van Reykjavík bestaat de zomerzon uit bijna 22 uur licht en de winterzon uit bijna 22 uur duister. Een uur opschuiven verandert weinig aan dat extreem. Daarbij past de hoofdstad qua positie eigenlijk bij een tijdzone één uur westelijker; door toch UTC+0 te kiezen, leeft IJsland dus al permanent op een soort "halve zomertijd". Een extra klokverzetting zou de zaak alleen maar verergeren.
Rusland en Turkije: politieke breuk met de klok
De twee opvallendste recente afhakers in het Europese geografische gebied zijn Rusland en Turkije. Rusland gebruikte tot 2011 zomertijd, schafte het toen af en koos voor permanente zómertijd — een experiment dat al snel populariteit verloor omdat het in de winter pijnlijk lang donker bleef in de ochtend. In 2014 herzag het Kremlin het besluit en koos voor permanente wíntertijd. Sindsdien wordt er in Rusland niet meer aan de klok gedraaid, en lopen de elf Russische tijdzones het hele jaar op standaardtijd.
Turkije volgde in 2016 een vergelijkbare weg. Daar werd zomertijd weliswaar niet afgeschaft maar permanent gemaakt: Turkije zit sindsdien het hele jaar op UTC+3, één uur "voor" op de Europese standaardtijd in de winter, en gelijk met Centraal-Europa in de zomer. Het argument was vrijwel hetzelfde als in Rusland — gedoe verminderen, energie efficiënter verdelen — al was de praktische uitvoering anders. Het resultaat: ook in Turkije gaat er niets meer aan de wijzers gebeuren.
Iran maakte in 2022 een vergelijkbare stap. Na decennia van wisselend beleid besloot het parlement dat de klokverzetting niet langer de moeite waard was. Het land kent sindsdien het hele jaar dezelfde tijdzone, UTC+3:30. Het Europese debat in Brussel verloopt veel trager, maar gaat over precies dezelfde vraag.
Latijns-Amerika: de meeste landen stapten uit
Latijns-Amerika is in twintig jaar van een continent met veel zomertijd uitgegroeid tot een gebied waar bijna niemand meer aan de klok draait. Brazilië hanteerde decennialang een zomertijdregeling in zijn zuidelijke staten, maar schafte die in 2019 helemaal af. De redenering: de besparing op energie was klein, de overlast voor het bedrijfsleven en het openbaar vervoer juist groot. Sindsdien geldt in Brazilië het hele jaar dezelfde tijdzone per staat.
Mexico volgde in 2022 met een grotendeels gelijksoortige beslissing. De zomertijd werd afgeschaft, met uitzondering van een dunne strook gemeenten langs de Amerikaanse grens. Daar werken zoveel bedrijven samen met partners in Texas, Californië of Arizona dat een verschillend tijdsschema de handel zou verstoren. Voor de rest van Mexico geldt sinds dat besluit permanente standaardtijd.
Argentinië, Bolivia, Colombia, Ecuador, Peru en Venezuela hebben geen klokverzetting. Veel van deze landen liggen dicht bij de evenaar, waar het verschil tussen zomer- en winterdaglicht klein is. Een uur opschuiven levert dan nauwelijks praktische winst op. Alleen Chili en Paraguay houden in Zuid-Amerika nog vast aan een zomertijdregime.
Azië en het Midden-Oosten: zelden of nooit
Het hele Aziatische continent kent vrijwel geen zomertijd. Japan voerde de regeling kort na de Tweede Wereldoorlog in op aandringen van de Amerikaanse bezettingsautoriteit, maar schafte hem in 1952 al weer af na breed verzet onder de bevolking. Sindsdien is er met enige regelmaat een politiek debat over herinvoering, dat tot nu toe steeds vastloopt op gebrek aan draagvlak.
China heeft sinds 1991 geen zomertijd meer, en hanteert daarvoor één tijdzone voor het hele land, terwijl het in werkelijkheid vijf astronomische tijdzones beslaat. India heeft nooit zomertijd ingevoerd, om dezelfde reden als veel andere landen in zijn breedte: de winst is gering, en het uniformeren van werktijden over een gigantisch land is al ingewikkeld genoeg. Indonesië, Maleisië, Singapore, Vietnam, Thailand, de Filipijnen — geen van deze landen kent klokverzetting.
In het Arabisch schiereiland zijn Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Oman, Bahrein, Koeweit en Jemen DST-vrij. Voor de meeste van deze landen geldt dezelfde verklaring: hun geografische ligging dicht bij de evenaar, en daarnaast de praktische realiteit dat veel werk in de zomer juist 's avonds plaatsvindt om de extreme middaghitte te ontlopen.
Afrika en de grenstroep
Afrika is het continent waar zomertijd het meest zeldzaam is. Het overgrote deel van de Afrikaanse landen heeft de klokverzetting nooit ingevoerd. Slechts een handvol landen kent of kende DST, vaak met onderbrekingen. Egypte is daarvan het beste voorbeeld: het schafte de zomertijd af in 2014, voerde hem opnieuw in in 2023 — voornamelijk om elektriciteit op piekuren te ontlasten — en is daarmee de uitzondering die de regel bevestigt. Marokko volgt een eigen, wisselend regime dat losgekoppeld is van de Europese data.
Zuid-Afrika, Nigeria, Kenia, Ethiopië, Tanzania, Algerije, Tunesië, Ghana, Senegal — geen van deze landen verzet de klok. Ook hier geldt: hoe dichter bij de evenaar, hoe kleiner het effect van een verschoven uur, en hoe minder reden om de boel ingewikkeld te maken. In Europa is dat anders, omdat de Noord-Zuid-uitgestrektheid van het continent grote daglichtverschillen oplevert.
De richting van de wereld
Wie de afgelopen twintig jaar bijhoudt, ziet één duidelijke richting: weg van de klokverzetting. Sinds 2011 zijn Rusland, Turkije, Iran, Brazilië en grote delen van Mexico uit het systeem gestapt. Daar staat geen enkel land tegenover dat in dezelfde periode is ingestapt — Egypte komt in de buurt, maar dat is een terugkeer naar een eerder regime, geen nieuwe invoering. Het kamp met zomertijd krimpt dus geleidelijk.
Voor de Europese Unie betekent dat: het continent dreigt over tien jaar tot een uitzonderlijke groep te behoren die nog steeds tweemaal per jaar aan de klok draait. Het Brusselse voorstel om ermee te stoppen ligt sinds 2019 stil bij gebrek aan een meerderheid, maar de wereldwijde trend wijst onmiskenbaar in één richting. Of Europa die richting volgt, hangt af van de vraag of de noordelijke en zuidelijke lidstaten het ooit eens worden over wat na de afschaffing moet komen. Tot die tijd verzet 's werelds slinkend zomertijd-kamp twee keer per jaar trouw de wijzers.